Historie -

Search
Go to content

Main menu:

Historie

Over ADRON

WAT GING VOORAF?
In de beginjaren zeventig werd de behoefte gevoeld om naast onderzoek vanuit de SML ook onderzoek te doen, gericht op andere productiegebieden in Suriname en op de kleine padieverbouwers. Immers de SML richtte haar onderzoeksactiviteiten op haar eigen behoeften en op haar eigen arealen.

In 1973 werd dan ook het Praktijk Onderzoek Rijst (POR) door het Ministerie van LVV opgericht. Dit POR werd gehuisvest in de Europolder. Echter heeft dit niet lang kunnen bestaan. In 1984 moest POR vanwege gebrek aan middelen en gekwalificeerd personeel de activiteiten beëindigen.

In 1984  werd reeds door een werkgroep geopperd om een nationaal rijstonderzoeksinstituut op te zetten. Uiteindelijk werd in 1987 de SNRI (Stichting Nationaal Rijstonderzoeks Instituut) opgericht en in 1994 kon met de implementatie van het een en ander begonnen worden en wel met het opzetten van het onderzoekscentrum ADRON (Anne van Dijk Rijstonderzoekscentrum Nickerie) in de Europolder op de bestaande locatie van het POR.

DOELSTELLING VAN SNRI
De Stichting heeft tot doel, ter bevordering van de rijstcultuur in de ruimste zin des woords, in het gehele land wetenschappelijk en toegepast onderzoek binnen de rijstsector te verrichten en te doen verrichten, zomede zorg te dragen voor het beschikbaar komen van goed plantmateriaal ten behoeve van de rijstverbouwers (geciteerd uit de statuten van de SNRI ).

HET SNRI/ADRON PROJECT
Het haalbaarheidsonderzoek voor het opzetten van een nationaal rijstonderzoekscentrum vond plaats rond de jaarwisseling 1988/1989. De uitkomsten hiervan waren positief. Na drie jaar werd de aanbesteding gehouden voor het uitvoeren van de eerste fase. Deze fase had een looptijd van 1½ jaar, en had een tweeledig doel. Om verdere steun van de EU te verwerven moesten in de eerste plaats de financiële stukken en aanbestedingsdocumenten die betrekking hadden op de volgende fase (waarin moderne onderzoeksfaciliteiten moesten worden opgezet) worden opgesteld. In de tweede plaats moest er een bijdrage geleverd worden aan de reactivering van het veredelingswerk en het teeltkundig onderzoek.

De tweede fase van het project hield een aantal onderdelen in:
De bouw van het onderzoekscentrum.aanschaf van machines en apparatuur.bijstand uit te voeren door consultants.trainen van ADRON’s onderzoekers.monitoren en evalueren van het project.
Deze projectfase is door beide partijen, t.w. de Regering van Suriname en de EU ondertekend in oktober 1995. Met dit project was een totaal bedrag van ECU 3.215.000,00 gemoeid. Deze fase had een looptijd van 5 jaren en duurde tot juni 2001. Met de bouw van het onderzoekscentrum werd op 1 december 1998 begonnen en de eerste oplevering vond op 29 oktober 1999 plaats.

Activiteiten van het ADRON
Het ADRON laat zich, voor wat zijn activiteiten betreft, geheel leiden door de problemen uit het veld en de behoefte op de markt, het zg. 'problem and market oriented research' model. Het onderzoek is georganiseerd in een aantal onderzoeks- en werkprogramma's: Veredeling, Gewasmanagement, Post-harvest, Communicatie en Zaaizaadproductie.

Veredeling
Het programma Veredeling heeft tot doel het beschikbaar maken van zuiver zaad van bestaande rijstrassen en het verbeteren van de huidige rassen qua opbrengst, groeiduur, kookkwaliteit, pel- en slijpopbrengst en ziekteresistentie. Er zijn in de afgelopen 15 jaren ca 1600 kruisingen gemaakt waaruit 36 veelbelovende lijnen zijn voortgekomen. Op dit moment wordt ongeveer 90% van het totale rijstareaal beplant met ADRON-lijnen, waarvan ADRON-125 het grootste deel voor zijn rekening neemt.

Gewasmanagement
Het programma Gewasmanagement wordt onderverdeeld in 5 sub-programma’s: Bemesting, Geïntegreerde gewasbescherming (Integrated Pest Management – IPM), Rode rijst en andere onkruiden, Grondbewerking en Watermanagement.

Bemesting:

Verschillende projecten binnen het subprogramma Bemesting zijn al afgerond (z.a. vaststellen boerenpraktijk, bodemmonster uit boerenvelden, respons op fosfaat, en tijdstip, aantal keren en hoeveelheid aan ureum toe te dienen). Het accent verschuift nu naar het verfijnen van de ureumbemesting (zg. precisiebemesting met gebruik van de SPAD-meter). Ook is interessant de voedingsstoffenbalans tussen een normaal bewerkt veld en een minimaal bewerkt veld. Ook de interactie tussen ureumbemesting en watermanagement is belangrijk  Aangezien er steeds nieuwe lijnen worden geproduceerd, is het toetsen van hun ureumrespons een permanente onderzoeksactiviteit.

Geïntegreerde gewasbescherming (IPM):
Per seizoen worden de grootte van de plaagpopulaties en de ziektefrequentie gemeten. De opstelling van boeren ten aanzien van pesticidengebruik is eerder al vastgesteld en er schijnen veel mogelijkheden te zijn voor de introductie van een IPM-strategie waardoor het gebruik van pesticiden kan worden verminderd. Deze IPM – strategie die moet worden ontwikkeld zal gebruik maken van het concept van de ' Farmer Field School ' welke geleid wordt door een zogenoemde facilitator.

Rode rijst en andere onkruiden:
De belangrijkste onkruiden, hun effect op de opbrengst en de maatregelen die de boeren treffen zijn geïdentificeerd. Verschillende herbiciden zijn getest en het effect van rode rijst (tegenwoordig onkruidrijst) op de opbrengst van korte groeiers is vastgesteld. Onderzoek met onkruidrijst (= belangrijkste onkruid) moet worden verfijnd. Onderzoek naar andere onkruiden moet worden geïntensiveerd. Verschillende soorten onkruiden in rijst worden thans in kaart gebracht.

Grondbewerking:
Het subprogramma grondbewerking bestaat uit twee projecten: 1) verbeterde grondbewerking en 2) minimale grondbewerking (minimum tillage). Het effect van deze twee grondbewerkingsprojecten op de groei, ontwikkeling en opbrengstcomponenten wordt getest.

Watermanagement:
Het watermanagement sub-programma opereert op 2 niveaus: 1) 0p infrastructuur niveau en 2) op veldniveau. Op het eerste niveau is door ADRON een methode ontwikkeld waarbij waterwegen onderhouden worden met het herbicide glyfosaat. Op veldniveau zijn van belang de interactie tussen ureumbemesting en watermanagement (is het nodig om te draineren
voordat men met ureum bemest?). De relatie tussen onkruidbestrijding, grondbewerking en rijstras wordt geëvalueerd.

Post-harvest

Het post-harvest programma heeft tot doel een beter begrip en toepassing van post-harvest technologie aan te brengen bij de verwerkers. Het onderzoek concentreert zich o.a. op: het reduceren van wankleur van het eindproduct, de voordelen van het voorschonen van padie, de relatie tussen vochtgehalte en pel- en slijpopbrengsten en het effect van een rustperiode op de pel- en slijprendementen.

Zaaizaadproductie

Als nieuwe rijstrassen zijn ontwikkeld, moet er een zaaizaadproductiesysteem aanwezig zijn dat in staat is voldoende zaaizaad van goede kwaliteit te produceren. ADRON produceert zelf elitezaad en heeft hiervoor 6 ha ter beschikking. Verder werkt ADRON samen met ongeveer 70 zaadboeren die op ca. 800 ha origineel- en eerste-nabouwzaad produceren. ADRON beschikt ook over droog-, verwerkings- en verpakkingsfaciliteiten voor zaaizaad.

Communicatie

Communicatie speelt een belangrijke rol in het verwezenlijken van ADRON’s doelen. Een effectieve communicatie en samenwerking tussenboeren, verwerkers en ADRON vergroot de kans dat nieuwe rassen en technologie goed passen in het productiesysteem en dat ze zonder teveel moeite worden overgenomen. Daarom is ADRON er voorstander van dat de belanghebbenden een belangrijke inbreng hebben in ADRON’s onderzoeks- en werkprogramma’s wat gedeeltelijk wordt verwezenlijkt door enquêtes en experimenten op boerenvelden. Andere communicatiemethoden zijn TV en radioprogramma’s, basis trainingen, Farmers Field Schools (FFS), opendagen, een kwartaalkrantje en brochures.

Adron Facts in PDF-formaat

WIE WAS ANNE VAN DIJK?

Dr. ir. Anne Duurt van Dijk was een rijstpionier. Hij werd op 24 september 1911 in Den Haag geboren en stierf op 15 juli 1990 in Paramaribo. In 1934 behaalde hij zijn ingenieursdiploma in de werktuigbouwkunde in Zwitserland. Hij behoorde tot degenen die de conceptie tot SNRI ontwikkelden en hij heeft steeds aangedrongen op een spoedige effectuering hiervan. In 1933 begon de firma Van Dijk in Nickerie met praktijkonderzoek in de mechanische rijstbouw, inclusief het ontwikkelen van rijstrassen geschikt voor deze cultuur. Daar hij steeds minder tijd had voor veredeling schonk Anne zijn veredelingswerk aan het landbouwproefstation en de nieuwe Stichting ter bevordering van de Machine Landbouw in Suriname (SML), die toen sinds kort over veredelaars beschikten. In 1953 werd het ras DIMA, dat geselecteerd was uit het materiaal van Van Dijk, uitgegeven door het landbouwproefstation. De verdiensten van wijlen dr.ir. Anne van Dijk hebben wereldwijd aandacht getrokken en waardering ontmoet.


 
Copyright 2016. All rights reserved.
Back to content | Back to main menu